Statistieken over de informatiemaatschappij

Uit Statistics Explained

Ga naar: navigatie, zoeken
Gegevens van september 2011. Meest recente gegevens: Meer informatie van Eurostat, Hoofdtabellen en Databank. De versie in het Engels is recenter.

Dit artikel bevat recente statistische gegevens over diverse aspecten van de informatiemaatschappij in de Europese Unie (EU). De vooruitgang in de ontwikkeling van de informatiemaatschappij wordt als cruciaal beschouwd om het concurrentievermogen van het bedrijfsleven van de EU te verbeteren en meer in het algemeen om aan de behoeften van de samenleving en de economie van de EU tegemoet te komen.

Figuur 1: Internettoegang van huishoudens, 2009-2010
(% van alle huishoudens) - Bron: Eurostat (tsiir040)
Figuur 2: Internettoegang en breedbandinternetverbindingen van huishoudens, EU-27, 2006-2010
(% van alle huishoudens) - Bron: Eurostat (isoc_pibi_hiac) en (isoc_pibi_hba)
Tabel 1: Gebruik van ICT en gebruik van onlinediensten, 2008-2010
(% personen in de leeftijd van 16-74 jaar) - Bron: Eurostat (isoc_ci_cfp_cu), (isoc_ci_ifp_iu) en (isoc_ci_ac_i)
Tabel 2: Locatie van internetgebruik, 2010
(% personen in de leeftijd van 16-74 jaar die in de drie maanden voorafgaand aan de enquête internet hadden gebruikt) - Bron: Eurostat (isoc_pibi_pai)
Figuur 3: Frequentie van internetgebruik, 2010
(% personen in de leeftijd van 16-74 jaar) - Bron: Eurostat (isoc_ci_ifp_iu) en (isoc_ci_ifp_fu)
Figuur 4: Personen die in de twaalf maanden voorafgaand aan de enquête via internet goederen of diensten voor particulier gebruik hebben besteld, 2009-2010
(% personen in de leeftijd van 16-74 jaar) - Bron: Eurostat (isoc_ec_ibuy)
Figuur 5: Veiligheidsincidenten (virussen, spam) die internetgebruikers in de twaalf maanden voorafgaand aan de enquête hebben ondervonden, 2010
(% personen die in de twaalf maanden voorafgaand aan de enquête internet hebben gebruikt) - Bron: Eurostat (isoc_cisci_pb)
Figuur 6: Voorzorgsmaatregelen van internetgebruikers om hun privécomputer en -gegevens te beschermen, EU-27, 2010
(% personen die in de twaalf maanden voorafgaand aan de enquête internet hebben gebruikt) - Bron: Eurostat (isoc_cisci_sw) en (isoc_cisci_f)
Figuur 7: Activiteiten die internetgebruikers in de twaalf maanden voorafgaand aan de enquête om veiligheidsredenen minstens eenmaal hebben vermeden, 2010
(% personen die in de twaalf maanden voorafgaand aan de enquête internet hebben gebruikt) - Bron: Eurostat (isoc_cisci_ax)
Figuur 8: Gebruik van informatietechnologie door bedrijven, naar grootteklasse, EU-27, januari 2010
(% bedrijven) - Bron: Eurostat (isoc_ci_in_en2), (isoc_ci_it_en2) en (isoc_ci_cd_en2)
Tabel 3: Gebruik van informatietechnologie door bedrijven, januari 2010
(% bedrijven) - Bron: Eurostat (isoc_ci_in_en2), (isoc_ci_it_en2) en (isoc_ci_cd_en2)
Figuur 9: Omzet van bedrijven uit elektronische handel, 2009 (1)
(% van totale omzet) - Bron: Eurostat (isoc_ec_evaln2)
Figuur 10: Bedrijven die online verkopen (minstens 1% van de omzet uit elektronische handel), EU-27, 2008-2009
(% bedrijven) - Bron: Eurostat (isoc_ec_eseln2)
Figuur 11: Bedrijven die online kopen en verkopen (minstens 1%) of een website of homepage hebben), EU-27, 2009
(% bedrijven) - Bron: Eurostat (isoc_ec_eseln2), (isoc_ec_ebuyn2) en (isoc_ci_cd_en2)
Figuur 12: Bedrijven met een formeel vastgesteld ICT-beveiligingsbeleid en een plan voor regelmatige herziening, EU-27, januari 2010
(% bedrijven) - Bron: Eurostat (isoc_cisce_ra)
Figuur 13: Bedrijven met een formeel vastgesteld ICT-beveiligingsbeleid en een plan voor regelmatige herziening en bedrijven die maatregelen hebben genomen ten aanzien van alle veiligheidsrisico's, januari 2010
(% bedrijven) - Bron: Eurostat (isoc_cisce_ra)
Figuur 14: Bedrijven die hun werknemers bewustmaken van hun verplichtingen in kwesties in verband met ICT-beveiliging, EU-27, januari 2010
(% bedrijven) - Bron: Eurostat (isoc_cisce_ra)
Figuur 15: Aanpak van bedrijven bij de bewustmaking van hun werknemers van hun verplichtingen in kwesties in verband met ICT-beveiliging, januari 2010 (1)
(% bedrijven) - Bron: Eurostat (isoc_cisce_ra)
Figuur 16: ICT-veiligheidsincidenten met de ICT-systemen van bedrijven , 2009 (1)
(% bedrijven) - Bron: Eurostat (isoc_cisce_ic)
Figuur 17: Bedrijven die minstens één ICT-gerelateerd veiligheidsincident met hun ICT-systeem hebben ondervonden, EU-27, 2009
(% bedrijven) - Bron: Eurostat (isoc_cisce_ic)
Figuur 18: Gebruik van interne beveiligingsfaciliteiten of –procedures door bedrijven, EU-27, januari 2010
(% bedrijven) - Bron: Eurostat (isoc_cisce_fp)

Informatie- en communicatietechnologie (ICT) is op vele manieren van invloed op het dagelijks leven, zowel op het werk als thuis, en het EU-beleid op dit gebied varieert van het reguleren van complete bedrijfstakken tot maatregelen ter bescherming van de privacy.

Inhoud


Belangrijkste statistische resultaten

Huishoudens en personen

De afgelopen tien jaar is ICT breed beschikbaar geworden voor het publiek, zowel wat de toegankelijkheid als wat de kosten betreft. In 2007 werd een belangrijke grens overschreden toen een meerderheid (54 %) van de huishoudens in de EU-27 internettoegang had. Dit percentage is blijven stijgen tot 70 % in 2010. Het hoogste percentage (91 %) van de huishoudens met internettoegang in 2010 werd geregistreerd in Nederland, het laagste (33 %) in Bulgarije (zie Figuur 1). Breed beschikbare en betaalbare breedbandtoegang is een van de middelen om een op kennis gebaseerde en goed geïnformeerde samenleving te bevorderen. In alle lidstaten was breedband veruit de gebruikelijkste vorm van internettoegang; in 2010 werd breedband gebruikt door 61 % van alle huishoudens in de EU-27, ongeveer twee keer zo veel als in 2006 – zie Figuur 2.

Ongeveer zeven op de tien personen in de EU-27 tussen 16 en 74 jaar oud hadden in het eerste kwartaal van 2010 een computer gebruikt, en een vergelijkbaar percentage had gebruikgemaakt van internet. Het percentage personen dat computers en internet gebruikt, is in 2010 gestegen tot 90 % in Zweden, Nederland en Luxemburg, en lag ook in Denemarken en Finland rond dit niveau. Daarentegen gebruikte minder dan de helft van de personen computers en internet in Griekenland, Bulgarije en met name in Roemenië. Ruim de helft (56 %) van de personen in de EU-27 gebruikte internet in 2010 om informatie te zoeken over goederen of diensten. Sterke stijgingen van negen procentpunten of meer van een dergelijk gebruik van het internet werden in 2010 geregistreerd in verschillende lidstaten die over het algemeen een laag internetgebruik kenden, zoals Bulgarije en Roemenië, maar ook Slowakije en Polen (zie Tabel 1).

Van de internetgebruikers, met andere woorden, de personen in de EU-27 die in de drie maanden voorafgaand aan de ICT-enquête gebruik hadden gemaakt van internet, hadden meer dan negen op de tien (92 %) internettoegang vanuit huis, zoals te zien is in Tabel 2. Ter vergelijking: minder dan de helft van dit deel van de bevolking had internettoegang op het werk (41 %); dit was ongeveer het dubbele van het aantal mensen dat internettoegang had bij vrienden, buren of familie (23 %). Van de 69 % van de personen in de EU-27 die in 2010 internet gebruikten, deed meer dan driekwart dit dagelijks of bijna dagelijks.

Twee vijfde (40 %) van de personen in de EU-27 bestelde in het jaar voorafgaand aan de enquête van 2010 goederen of diensten voor privégebruik via internet, een toename van drie procentpunten in vergelijking met het jaar daarvoor (zie Figuur 4). Dit percentage bedroeg ongeveer twee derde in Denemarken, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden, terwijl slechts één op de 20 personen in Bulgarije of Roemenië bestellingen via internet deed.

Figuur 5 tot en met 7 bevatten een analyse van veiligheidsgerelateerde problemen waarmee internetgebruikers te maken krijgen. Meer dan de helft (56 %) van alle internetgebruikers in de EU-27 had in 2010 (voor zover hun bekend) spam-e-mails ontvangen; in Ierland lag dit percentage op slechts 18 %, maar in Frankrijk was het 70 %; in IJsland lag het nog veel hoger (73 %). Bijna een derde van de gebruikers had te maken gehad met een computervirus (of soortgelijke besmetting): het gemiddelde voor de EU-27 lag op 31%. In Bulgarije en Malta had zelfs ten minste de helft van alle internetgebruikers met een dergelijke besmetting te maken gehad; dit percentage lag nog veel hoger (68 %) in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Meer dan vier vijfde (84 %) van de internetgebruikers in de EU-27 had IT-beveiligingssoftware of -hulpmiddelen geïnstalleerd en meer dan drie vijfde (63 %) gaf aan dat zij hun beveiligingsproducten regelmatig updateten; het maken van back-ups van gegevens of reservekopieën van bestanden kwam minder vaak voor – zie Figuur 6. Ongeveer de helft (49 %) van alle internetgebruikers gaf aan dat zij minstens één keer een activiteit op internet hadden vermeden om veiligheidsredenen (zie Figuur 7); de meest voorkomende daarvan was het verstrekken van persoonsgegevens op sociale netwerksites, gevolgd door elektronische handel (aankoop van goederen of diensten via internet) en elektronisch bankieren.

Bedrijven

Slechts ongeveer één op de 20 bedrijven in de EU-27 had begin 2010 geen toegang tot internet (zie Figuur 8). Ongeveer twee derde (67 %) van alle ondernemingen in de EU-27 had een eigen website en dit percentage lag voor grote bedrijven zelfs op 92 %. In 2010 lag het percentage bedrijven met internettoegang hoger dan 90 % in alle lidstaten behalve Roemenië, Bulgarije en Cyprus, en in elk van de lidstaten behalve Roemenië, Bulgarije en Letland had meer dan de helft van alle bedrijven een website (Tabel 3).

In totaal maakte de elektronische handel ongeveer 14 % van de omzet uit van ondernemingen met minstens tien werknemers in de EU-27, een aandeel dat in 2009 varieerde van 1 % in Cyprus tot 24 % in Ierland (zie Figuur 9). Rond 13 % van de bedrijven in de EU-27 ontving in 2009 onlinebestellingen, ofwel ongeveer de helft van het percentage bedrijven (27 %) dat onlineaankopen deed (zie Figuur 11). Het percentage bedrijven dat online verkoopt was het hoogst in de accommodatiesector (44 %), terwijl het hoogste percentage bedrijven dat online aankopen deed werd geregistreerd voor informatie- en communicatiediensten (51 %).

In januari 2010 had 26 % van de bedrijven in de EU-27 een formeel vastgesteld ICT-beveiligingsbeleid en een plan voor regelmatige bijwerking; dit aandeel was zelfs ruim 50 % in het geval van bedrijven die zich hoofdzakelijk bezighouden met informatie- en communicatieactiviteiten. Grote bedrijven hadden ruim drie keer zo vaak een dergelijke veiligheidsbeleid als kleine bedrijven – zie Figuur 12. Van de lidstaten werden de hoogste percentages bedrijven met een formeel vastgesteld ICT-beveiligingsbeleid geregistreerd in Zweden en Denemarken, waar meer dan twee vijfde van deze bedrijven een dergelijk beleid had, en hetzelfde gold voor Noorwegen.

Bedrijven kiezen verschillende benaderingen om hun werknemers beter bekend te maken met het ICT-beveiligingsbeleid en de bijbehorende risico's (zie Figuur 14 en 15). Vrijwillige opleiding of het aanbieden van voor iedereen beschikbare informatie was de meestgebruikte aanpak die door bedrijven werd gerapporteerd; driekwart van de bedrijven in Cyprus en Finland volgde deze aanpak. Ongeveer de helft (48 %) van alle bedrijven in de EU-27 rapporteerde dat zij minstens een van de drie in de enquête genoemde benaderingen volgden, variërend van 18 % in Polen tot 84 % in Cyprus.

ICT-gerelateerde veiligheidsincidenten raken de kernonderdelen van gegevensbeveiliging, de integriteit, de vertrouwelijkheid en de beschikbaarheid van gegevens en IT-systemen. Type 1-incidenten hebben betrekking op de niet-beschikbaarheid van ICT-diensten of de vernietiging of beschadiging van gegevens door uitval van hardware of software. In 2009 had 16 % van de bedrijven in de EU-27 enig type ICT-gerelateerde beveiligingsincident meegemaakt en had 12 % een type 1-incident ondervonden. Bedrijven in Portugal gaven verreweg het vaakst aan dat zij een ICT-gerelateerd veiligheidsincident hadden meegemaakt, namelijk twee vijfde van de Portugese bedrijven in 2009 – zie Figuur 16.

In januari 2010 waren het gebruik van een sterke wachtwoordauthenticatie en het maken van off-site back-ups van gegevens de meest gerapporteerde procedures voor interne ICT-beveiliging door ondernemingen. Elk van deze methoden werd gebruikt door 47 % van de bedrijven in de EU-27.

Gegevensbronnen en -beschikbaarheid

Statistici zijn zich terdege bewust van de uitdagingen van de snelle technologische veranderingen op gebieden die verband houden met internet en andere nieuwe toepassingen van ICT. De ontwikkelingen op dit gebied zijn snel gegaan, waarbij de statistische instrumenten zijn aangepast zodat de gegevens aan de nieuwe vereisten voldoen. Statistieken op dit terrein worden jaarlijks opnieuw beoordeeld zodat zij tegemoetkomen aan de behoeften van de gebruikers en inspelen op het snelle tempo van de technologische veranderingen.

Deze aanpak is terug te vinden in de Enquête naar het ICT-gebruik door gezinnen en individuele personen van Eurostat en de Enquête naar het gebruik van ICT in ondernemingen. Deze jaarlijkse enquêtes worden gebruikt voor de benchmarking van ICT-gestuurde ontwikkelingen, zowel door ontwikkelingen voor kernvariabelen in de tijd te volgen als door andere aspecten op een specifiek tijdstip nader uit te werken. De enquêtes waren aanvankelijk vooral gericht op toegangs- en verbindingskwesties, maar werden later uitgebreid tot andere onderwerpen (bijvoorbeeld e-overheid en elektronische handel) en uitsplitsing naar sociaaleconomische doelstelling, zoals regionale diversiteit, genderspecificiteit, leeftijd, opleidingsverschillen en de individuele werkgelegenheidssituatie in de enquête onder de huishoudens, of een indeling naar bedrijfsgrootte (klein, middelgroot, groot) in de enquête onder ondernemingen. De reikwijdte van de enquêtes met betrekking tot de diverse technologieën is ook aangepast en omvat nu ook nieuwe productgroepen en middelen om communicatietechnologieën te leveren aan eindgebruikers (bedrijven en huishoudens).

Huishoudens en personen

De enquête onder de huishoudens heeft betrekking op huishoudens met ten minste één lid in de leeftijdsgroep van 16-74 jaar. Internettoegang van huishoudens verwijst naar het percentage huishoudens met een internetaansluiting, zodat iedereen in het huishouden desgewenst thuis gebruik kon maken van internet, al was het maar om een e-mail te sturen. Internetgebruikers worden gedefinieerd als alle personen van 16-74 jaar die in de periode van drie maanden voorafgaand aan de enquête gebruik hadden gemaakt van internet. Regelmatige internetgebruikers zijn personen die in de drie maanden voorafgaand aan de enquête gemiddeld minstens eenmaal per week internet hadden gebruikt. De referentieperiode was het eerste kwartaal van 2010; de enquêteperiode was in de meeste landen het tweede kwartaal. De meestgebruikte technologieën voor internettoegang breedband en een inbelverbinding via een normale of een ISDN-telefoonlijn. Breedband omvat digital subscriber lines (DSL)-technologie en gebruikt technologie die met hoge snelheid gegevens vervoert. Breedbandlijnen worden gedefinieerd als lijnen met een capaciteit gelijk aan of hoger dan 144 kbit/s.

Een computer wordt gedefinieerd als een pc die wordt aangestuurd door een van de toonaangevende operationele systemen (Macintosh, Linux of Microsoft); ook handcomputers of palmtops (PDA's) vallen hieronder.

Individuele bestellingen van goederen en diensten hebben onder andere betrekking op bevestigde reserveringen van accommodatie, de aankoop van financiële investeringen, deelname aan loterijen en weddenschappen, internetveilingen alsmede rechtstreeks betaalde informatiediensten op internet. Goederen en diensten die gratis via internet worden verkregen, vallen hier niet onder. Bestellingen in de vorm van handmatig opgestelde e-mails zijn eveneens uitgezonderd.

De internetenquête van 2010 bevatte een speciale module over veiliger internet, waarin personen die in de voorgaande twaalf maanden gebruik hadden gemaakt van internet, werd gevraagd naar hun ervaringen met veiligheidsrisico's en wat zij hadden gedaan om veiligheidsincidenten te voorkomen. Hierin werd bijvoorbeeld gekeken naar virussen (en andere besmettingen zoals netwerkwormen of Trojaanse paarden) en ongewenste e-mails (spam). Andere voorzorgsmaatregelen waren het gebruik van beveiligingssoftware (zoals virusscanners of anti-spywareprogramma's), evenals het maken van back-ups door computerbestanden te kopiëren naar een externe opslagmedia, zoals een cd, dvd, externe harde schijf, USB-stick of schijfruimte op een server.

Bedrijven

De Enquête naar het ICT-gebruik in bedrijven en de elektronische handel heeft betrekking op bedrijven met minstens tien werknemers. De enquête beperkt zich tot bedrijven waarvan de voornaamste activiteit ligt in de industrie, productie en distributie van elektriciteit, gas en stoom, distributie van water, afval- en afvalwaterbeheer, bouwnijverheid, groot- en detailhandel, reparatie van auto's en motorfietsen, vervoer en opslag, verschaffen van accommodatie en maaltijden, informatie en communicatie, exploitatie van en handel in onroerend goed, vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten, administratieve en ondersteunende diensten, en reparatie van computers en communicatieapparatuur (NACE Rev. 2, secties C tot en met N met uitzondering van afdeling 75 en groep 95.1). Financiële activiteiten en verzekeringen (sectie K) worden wel in de enquête opgenomen maar zijn uitgesloten van deze analyse. De bedrijven worden naargelang het aantal werknemers onderverdeeld in kleine (10-49 werknemers), middelgrote (50-249 werknemers) en grote bedrijven (250 werknemers of meer).

De gegevens over ICT-gebruik worden ingedeeld naar het jaar waarin de enquête plaatsvond; de meeste gegevens hebben betrekking op de situatie in januari en een aantal andere (zoals elektronische handel) op het kalenderjaar vóór het jaar waarin de enquête plaatsvond.

Context

ICT wordt van cruciaal belang geacht om het concurrentievermogen van de Europese industrie te verbeteren, en meer in het algemeen om te kunnen voldoen aan de behoeften van de samenleving en de economie. ICT beïnvloedt veel aspecten van het dagelijks leven, zowel op het werk als thuis, en het EU-beleid op dit gebied varieert van de regulering van complete bedrijfstakken tot maatregelen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Breedbandtechnologieën worden als belangrijk gezien bij het meten van de toegang tot en het gebruik van internet, omdat zij gebruikers de mogelijkheid bieden snel grote hoeveelheden data over te dragen en de toegangslijnen open te houden. De acceptatie van breedband wordt beschouwd als een belangrijke indicator op het gebied van ICT-beleidsvorming. Brede toegang tot internet via breedband wordt van essentieel belang geacht voor de ontwikkeling van geavanceerde internetdiensten, zoals e-business, e-overheid of e-learning. Digitale abonneelijnen (DSL) zijn nog steeds de belangrijkste vorm van levering van breedbandtechnologie, hoewel alternatieven, zoals het gebruik van kabel, satelliet, glasvezel en draadloze aansluitnetten, steeds vaker worden gebruikt.

Tot 2010 was het EU-beleidskader voor ICT het initiatief i2010 getiteld ""Een Europese informatiemaatschappij voor groei en werkgelegenheid" (COM(2005) 229), dat als doel had de gehele economie van de EU efficiënter te maken door meer gebruik te maken van ICT. Na een tussentijdse evaluatie werd in april 2008 een geactualiseerde i2010-strategie gepresenteerd, waarin de belangrijkste uitdagingen voor de periode 2008-2010 werden aangepakt.

In mei 2010 heeft de Europese Commissie een mededeling betreffende "Een digitale agenda voor Europa" (COM(2010) 245) goedgekeurd, een strategie voor een bloeiende digitale economie tegen 2020. Hierin worden beleid en acties uiteengezet om de voordelen van het digitale tijdperk in alle geledingen van de maatschappij en de economie te maximaliseren. De agenda is toegespitst op zeven prioritaire actiegebieden: verwezenlijking van een digitale interne markt, vergroting van de interoperabiliteit, versterking van het vertrouwen in en de beveiliging van het internet, opvoering van de snelheid van de toegang tot het internet, verhoging van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling, verbetering van digitale geletterdheid en inclusie, en het gebruik van ICT om maatschappelijke problemen als klimaatverandering en vergrijzing aan te pakken. Voorbeelden van de voordelen zijn vlottere elektronische betalingen en elektronische facturering, snelle verspreiding van telegeneeskunde en energie-efficiënte verlichting. De digitale agenda voor Europa is een van de zeven vlaggenschipinitiatieven in het kader van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei.

Meer informatie van Eurostat

Publicaties

Hoofdtabellen

Information society statistics
Policy indicators (t_isoc_pi)
Information society: Structural Indicators (t_isoc_si)
Telecommunication services (t_isoc_tc)
Computers and the Internet in households and enterprises (t_isoc_ci)
E-skills of individuals and ICT competence in enterprises (t_isoc_sk)

Databank

Information society statistics
Policy indicators (isoc_pi)
Information society: Structural Indicators (isoc_si)
Telecommunication services (isoc_tc)
Computers and the Internet in households and enterprises (isoc_ci)
E-commerce by individuals and enterprises (isoc_ec)
E-skills of individuals and ICT competence in enterprises (isoc_sk)
Regional Information society statistics (isoc_reg)

Speciale sectie

Methodologie / Metadata

Brongegevens voor de tabellen en figuren (MS Excel)

Externe links

Zie ook

Boek maken