Create a book

Statistieken over de informatiemaatschappij

Uit Statistics Explained

Gegevens van augustus 2012. Meest recente gegevens: Meer informatie van Eurostat, Hoofdtabellen en Databank.
Figuur 1: Internettoegang en breedbandinternetverbindingen van huishoudens, EU-27, 2006-2011
(% van alle huishoudens) - Bron: Eurostat (isoc_pibi_hiac) en (isoc_pibi_hba)
Figuur 2: Internettoegang van huishoudens, 2010 en 2011
(% van alle huishoudens) - Bron: Eurostat (isoc_ci_in_h)
Tabel 1: Gebruik van ICT en gebruik van onlinediensten, 2009-2011
(% personen in de leeftijd van 16-74 jaar) - Bron: Eurostat (isoc_ci_cfp_cu), (isoc_ci_ifp_iu) en (isoc_ci_ac_i)
Tabel 2: Plaats van internetgebruik, 2011
(% internetgebruikers in de leeftijd van 16-74 jaar) - Bron: Eurostat (isoc_pibi_pai)
Figuur 3: Frequentie van internetgebruik, 2011
(% personen in de leeftijd van 16-74 jaar) - Bron: Eurostat (isoc_ci_ifp_iu) en (isoc_ci_ifp_fu)
Figuur 4: Personen die in de twaalf maanden voorafgaand aan de enquête via internet goederen of diensten voor particulier gebruik hebben besteld, 2010-2011
(% personen in de leeftijd van 16-74 jaar) - Bron: Eurostat (isoc_ec_ibuy)
Figuur 5: Gebruik van internet voor de ontwikkeling van een sociaal netwerk, leren, maatschappelijke en politieke participatie, per leeftijdsgroep, EU-27, 2011
(% personen) - Bron: Eurostat (isoc_bde15cua)
Tabel 3: Computervaardigheden van individuen, 2011
(% personen) - Bron: Eurostat (isoc_sk_cskl_i)
Figuur 6: Gebruik van informatietechnologie door bedrijven, naar grootteklasse, EU-27, januari 2011
(% bedrijven) - Bron: Eurostat (isoc_ci_in_en2), (isoc_ci_it_en2), (isoc_ci_cd_en2) en (isoc_bde15ee)
Tabel 4: Gebruik van informatietechnologie door bedrijven, januari 2011
(% bedrijven) - Bron: Eurostat (isoc_ci_in_en2), (isoc_ci_it_en2) en (isoc_ci_cd_en2)
Figuur 7: Gebruik van mobiele breedbandinternetverbindingen door bedrijven, januari 2010 en januari 2011
(% bedrijven) - Bron: Eurostat (isoc_ci_it_en2)
Tabel 5: Bedrijven die internet gebruiken bij contacten met overheidsinstanties, naar gebruiksdoel, januari 2011 - Bron: Eurostat (isoc_bde15ee) en (isoc_cieg_map)
Figuur 8: Gebruik van RFID-technologieën door bedrijven, naar gebruiksdoel, NACE- en grootteklasse, EU-27, januari 2011 (1)
(% bedrijven die RFID gebruiken) - Bron: Eurostat (isoc_ci_cd_en2)
Figuur 9: Omzet van bedrijven uit elektronische handel, 2010 (1)
(% van totale omzet) - Bron: Eurostat (isoc_ec_evaln2)
Figuur 10: Bedrijven die online verkopen, EU-27, 2009-2010
(% van bedrijven) – Bron: Eurostat (isoc_ec_eseln2)
Figuur 11: Bedrijven die online kopen en verkopen of een website of homepage hebben, EU-27, 2010 (1)
(% bedrijven) - Bron: Eurostat (isoc_ec_eseln2), (isoc_ec_ebuyn2) en (isoc_ci_cd_en2)

Dit artikel bevat recente statistische gegevens over diverse aspecten van de informatiemaatschappij in de Europese Unie (EU). De vooruitgang in de ontwikkeling van de informatiemaatschappij wordt als cruciaal beschouwd om het concurrentievermogen van het bedrijfsleven van de EU te verbeteren en meer in het algemeen om aan de behoeften van de samenleving en de economie van de EU tegemoet te komen.

Informatie- en communicatietechnologie (ICT) is op vele manieren van invloed op het dagelijks leven, zowel op het werk als thuis, bijvoorbeeld bij het online communiceren of aankopen doen. De EU-beleidsgebieden variëren van de regulering van complete sectoren zoals de elektronische handel tot maatregelen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Belangrijkste statistische bevindingen

Huishoudens en personen

De afgelopen tien jaar is ICT breed beschikbaar geworden voor het publiek, zowel wat de toegankelijkheid als wat de kosten betreft. In 2007 werd een belangrijke grens overschreden toen een meerderheid (55 %) van de huishoudens in de EU-27 internettoegang had. Dit aandeel bleef stijgen en bereikte in 2011 73 %, hetgeen een toename met nog eens 3 procentpunten ten opzichte van 2010 was. Breed beschikbare en betaalbare breedbandtoegang is een van de middelen om een op kennis gebaseerde en goed geïnformeerde samenleving te bevorderen. In alle lidstaten was breedband veruit de gebruikelijkste vorm van internettoegang; in 2011 werd breedband gebruikt door 67 % van alle huishoudens in de EU-27, ongeveer twee keer zo veel als in 2006 – zie Figuur 1.

Het hoogste percentage van de huishoudens met internettoegang in 2011 werd gemeten in Nederland ((94 nbsp;%, zie Figuur 2), maar ook in Luxemburg, Zweden en Denemarken hadden ten minste negen van de tien huishoudens in 2011 toegang tot internet. Het laagste percentage internettoegang van de EU-lidstaten werd geregistreerd in Bulgarije (45 %). Er was echter sprake van een snelle toename van het aantal huishoudens met internettoegang in Bulgarije: tussen 2010 en 2011 steeg het aandeel van het aantal huishoudens met toegang met 12 procentpunten. Roemenië was de enige andere lidstaat waar minder dan de helft van alle huishoudens toegang tot internet had.

Begin 2011 gebruikten iets meer dan zeven op de tien personen in de EU-27 in de leeftijd van 16 tot en met 74 jaar een computer, terwijl een vergelijkbaar percentage gebruikmaakte van internet. Minstens negen van de tien personen in Zweden, Nederland, Luxemburg en Denemarken gebruikten een computer en internet. Daarentegen maakte in Bulgarije en Roemenië minder dan de helft van de bevolking in de leeftijd van 16 tot en met 74 jaar gebruik van een computer en internet. Ruim de helft (57 %) van de personen in de EU-27 in 2011 gebruikte internet om informatie over goederen of diensten te zoeken.

Van de internetgebruikers, met andere woorden de personen in de EU-27 die in de drie maanden voorafgaand aan de ICT-enquête gebruik hadden gemaakt van internet, hadden er meer dan negen op de tien (93%) internettoegang vanuit huis, zoals te zien is in Tabel 2. Ter vergelijking: minder dan de helft van dit deel van de bevolking had internettoegang op het werk (42%); dit was dan weer ongeveer het dubbele van het aantal mensen dat internettoegang had bij vrienden, buren of familie (24%). Een grote meerderheid van de internetgebruikers gebruikte internet dagelijks – zie Figuur 3.

Het aandeel van de personen die via internet goederen of diensten voor particulier gebruik bestelden, is toegenomen. In 2011 verklaarde 43 % van de personen van 16 tot en met 74 jaar dat zij ten minste eenmaal via internet hadden besteld – een toename van 3 procentpunten ten opzichte van 2010 (zie Figuur 4). Meer dan twee derde van de mensen in het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Denemarken en Nederland bestelden goederen of diensten via internet, terwijl het aandeel niet meer dan een op de vijf mensen bedroeg in Letland, Portugal, Griekenland, Litouwen en Italië; het laagste aandeel van personen die via internet goederen en diensten bestellen, werd geregistreerd in Bulgarije (7 %) en Roemenië (6 %).

Figuur 5 bevat informatie over het gebruik van internet door particulieren voor de ontwikkeling van een sociaal netwerk en een aantal andere relatief nieuwe activiteiten, zoals het raadplegen van wiki’s, het lezen en publiceren van meningen over maatschappelijke of politieke vraagstukken en het deelnemen aan onlineraadplegingen of stemmingen. Terwijl gemiddeld 38 % van de personen in de EU-27 van 16 tot en met 74 jaar in 2011 deelnam aan sociale netwerken, liep het gebruik van deze diensten sterk uiteen wanneer dit wordt uitgesplitst per leeftijdsgroep. Het aandeel van 11 %, van de personen in de leeftijd van 55 tot en met 74 dat gebruikmaakt van sociale netwerken, stond in schril contrast met de 80 % die werd geregistreerd voor de leeftijdsgroep 16 tot en met 24. Dit betekent dat sociale netwerken een vitale rol spelen bij het onderhouden van sociale contacten in de jongste leeftijdsgroep. Over het geheel genomen maakte de jongste leeftijdsgroep meer gebruik (dan de ouderen) van alle vier de activiteiten die in Figuur 5 zijn opgenomen.

In 2011 beschikte een meerderheid van de mensen in de EU-27 over elementaire computervaardigheden om bestanden of folders te kunnen kopiëren of verplaatsen: dit gold voor 63 % van de personen van 16 tot en met 74 jaar en voor 89 % van de leeftijdsgroep 16 tot en met 24. Minder dan de helft van de bevolking (in de leeftijd van 16 tot en met 74 jaar) gebruikte elementaire rekenkundige formules in spreadsheets (43 %), ongeveer een derde creëerde elektronische presentaties (31 %) en een op de tien schreef computerprogramma's (10 %). Het aandeel van de 16-24-jarigen met deze computervaardigheden was beduidend hoger. Twee derde van de jongere generatie gebruikte formules in spreadsheets, bijna zes van de tien creëerde elektronische presentaties en een op de vijf schreef computerprogramma's.

Bedrijven

In het begin van 2011 had een op de twintig bedrijven in de EU-27 (waarop de enquête betreffende het gebruik van ICT in ondernemingen betrekking heeft) geen internettoegang (zie Figuur 6), terwijl de overgrote meerderheid (87 %) een vaste breedbandverbinding gebruikte om toegang tot internet te hebben. Het gebruik van mobiele breedbandtechnologie groeide snel – deels doordat de ondernemingen hun personeel voorzien van 3G USB-sticks, smartphones en andere mobiele apparatuur – aangezien bijna de helft (47 %) van de ondernemingen in de EU-27 in het begin van 2011 mobiele breedband gebruikte; dit was 20 procentpunten meer dan het overeenkomstige aandeel in januari 2010. Ongeveer zeven op de tien ondernemingen in de EU-27 hadden hun eigen website. Een vergelijkbaar deel van de ondernemingen gebruikte internet om ingevulde formulieren elektronisch bij overheidsinstanties in te dienen.

In het begin van 2011 bedroeg het percentage bedrijven met een internetaansluiting meer dan 90 % in alle lidstaten behalve in Roemenië, Bulgarije en Hongarije, terwijl Roemenië en Bulgarije de enige lidstaten waren waar minder dan de helft van de ondernemingen een website had – zie Tabel 4. In het begin van 2011 gebruikte meer dan driekwart van alle ondernemingen in Finland mobiele breedbandverbindingen om toegang tot internet te krijgen – zie Figuur 7. Dit percentage was aanzienlijk hoger dan in alle andere lidstaten, terwijl Zweden, Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk als enige andere landen konden rapporteren dat meer dan de helft van de bedrijven mobiele breedbandaansluitingen gebruikte.

Met ingang van januari 2011 maakte ongeveer driekwart van alle ondernemingen in de EU-27 gebruik van internet om formulieren of informatie op te vragen bij overheidsinstanties, terwijl een iets lager percentage (69 %) ingevulde formulieren via internet terugstuurde naar overheidsinstanties; wat laatstgenoemde groep betreft, betroffen de meeste formulieren aangiften inzake btw en sociale premies – zie Tabel 5.

Radiofrequentie-identificatie (RFID) is een technologie die kan worden gebruikt voor automatische identificatie en localisatie; deze technologie kan worden gebruikt voor allerlei objecten en in uiteenlopende situaties; enkele gebruikelijke toepassingen zijn: fabrikanten die tags gebruiken om elk door hen gemaakt product te localiseren; transportondernemingen die tags gebruiken om hun voertuigen te locatiseren; huishoudelijk gebruik om kwetsbare personen te localiseren. Figuur 8 verschaft informatie over het aandeel van de bedrijven die in januari 2011 RFID gebruikten en laat zien dat het belangrijkste gebruik van RFID door de ondernemingen in de EU-27 de persoonsidentificatie en de toegangscontrole betrof.

In totaal maakte de elektronische handel ongeveer 14 % van de omzet uit van ondernemingen met minstens tien werknemers in de EU-27, een aandeel dat in 2010 varieerde van 1 % in Cyprus tot 25 % in Tsjechië (zie Figuur 9). Rond 15 % van de bedrijven in de EU-27 ontving in 2010 onlinebestellingen, ofwel ongeveer de helft van het percentage van de bedrijven (35 %) dat onlineaankopen deed (zie Figuur 11). Het percentage bedrijven dat online verkoopt, was het hoogst in de accommodatiesector (58 %), terwijl het hoogste percentage bedrijven dat online aankopen deed, werd geregistreerd voor informatie- en communicatiediensten (60 %).

Gegevensbronnen en -beschikbaarheid

Statistici zijn zich terdege bewust van de uitdagingen van de snelle technologische veranderingen op gebieden die verband houden met internet en andere nieuwe toepassingen van ICT. De ontwikkelingen op dit gebied zijn snel gegaan, waarbij de statistische instrumenten zijn aangepast zodat de gegevens aan de nieuwe vereisten voldoen. Statistieken op dit terrein worden jaarlijks opnieuw beoordeeld zodat zij tegemoetkomen aan de behoeften van de gebruikers en inspelen op het snelle tempo van de technologische veranderingen.

Deze aanpak is terug te vinden in de communautaire enquête betreffende het ICT-gebruik door gezinnen en individuele personen van Eurostat en de enquête betreffende het gebruik van ICT in ondernemingen. Deze jaarlijkse enquête wordt gebruikt voor de benchmarking van ICT-gestuurde ontwikkelingen, zowel door ontwikkelingen voor kernvariabelen in de tijd te volgen als door andere aspecten op een specifiek tijdstip nader uit te werken. De enquête was aanvankelijk vooral gericht op toegangs- en verbindingskwesties, maar werd later uitgebreid tot andere onderwerpen (bijvoorbeeld e-overheiden elektronische handel) en uitsplitsing naar sociaaleconomische doelstelling, zoals regionale diversiteit, geslacht, leeftijd, opleidingsverschillen en individuele werkgelegenheidssituatie in de enquête onder de huishoudens, of een analyse naar bedrijfsgrootte (klein, middelgroot, groot) in de enquête onder ondernemingen. De reikwijdte van de enquêtes met betrekking tot de diverse technologieën is ook aangepast en omvat nu ook nieuwe productgroepen en middelen om communicatietechnologieën te leveren aan eindgebruikers (bedrijven en huishoudens).

Huishoudens en personen

De enquête onder de huishoudens heeft betrekking op huishoudens met ten minste één lid in de leeftijdsgroep van 16-74 jaar. Internettoegang van huishoudens verwijst naar het percentage huishoudens met een internetaansluiting, zodat iedereen in het huishouden desgewenst thuis gebruik kon maken van internet, al was het maar om een e-mail te sturen. Internetgebruikers worden gedefinieerd als alle personen van 16-74 jaar die in de periode van drie maanden voorafgaand aan de enquête gebruik hadden gemaakt van internet. Regelmatige internetgebruikers zijn personen die in de drie maanden voorafgaand aan de enquête gemiddeld minstens eenmaal per week internet hadden gebruikt. De referentieperiode voor de enquête was het eerste kwartaal van 2011; de enquêteperiode was in de meeste landen het tweede kwartaal. In de enquête van 2011 was een speciale module voor ICT-vaardigheden opgenomen.

De meestgebruikte technologieën voor internettoegang zijn breedband en een inbelverbinding via een normale of een ISDN-telefoonlijn. Breedband omvat digital subscriber lines (DSL)-technologie en maakt gebruik van technologie die met hoge snelheden gegevens vervoert. Breedbandlijnen worden gedefinieerd als lijnen met een hogere capaciteit dan ISDN, dus gelijk aan of hoger dan 144 kbit/s.

Een computer wordt gedefinieerd als een pc die wordt aangestuurd door een van de toonaangevende operationele systemen (Macintosh, Linux of Microsoft); ook handcomputers of palmtops (PDA's) vallen hieronder.

Het begrip "individuele bestellingen van goederen en diensten" heeft betrekking op de twaalf maanden voor de enquête en omvat bevestigde reserveringen van accommodatie, de aankoop van financiële investeringen, deelname aan loterijen en weddenschappen, internetveilingen alsmede rechtstreeks betaalde informatiediensten op internet. Goederen en diensten die gratis via internet worden verkregen, vallen hier niet onder. Bestellingen in de vorm van handmatig getypte e-mails zijn eveneens uitgezonderd.

Bedrijven

De enquête betreffende het ICT-gebruik in bedrijven en de elektronische handel heeft betrekking op bedrijven met minstens tien werknemers. De enquête beperkt zich tot bedrijven waarvan de voornaamste activiteit ligt in de industrie, productie en distributie van elektriciteit, gas en stoom, distributie van water, afval- en afvalwaterbeheer, bouwnijverheid, groot- en detailhandel, reparatie van auto's en motorfietsen, vervoer en opslag, verschaffen van accommodatie en maaltijden, informatie en communicatie, exploitatie van en handel in onroerend goed, vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten, administratieve en ondersteunende diensten, en reparatie van computers en communicatieapparatuur (NACE Rev. 2, secties C tot en met N met uitzondering van afdeling 75 en groep 95.1). De financiële activiteiten en verzekeringen (sectie K) worden wel in de enquête opgenomen maar zijn uitgesloten van deze analyse.

De gegevens die via de enquête onder ondernemingen zijn verzameld, kunnen worden geanalyseerd naar bedrijfsgrootte (aantal werknemers), met gegevens voor kleine (10-49 werknemers), middelgrote (50-249) en grote (250 of meer werknemers) ondernemingen.

De gegevens over ICT-gebruik worden ingedeeld naar het jaar waarin de enquête plaatsvond; de meeste gegevens hebben betrekking op de situatie in januari van het referentie-/enquêtejaar. In de enquête van 2011 was een speciale module over het gebruik van openbare diensten opgenomen. Ondanks de meestal brede beschikbaarheid van e-overheidsdiensten in Europa zijn er grote verschillen in het gebruik van deze diensten tussen de lidstaten geconstateerd. Sommige van deze verschillen zijn toe te schrijven aan het (al dan niet) verplichte karakter van de aangiften. In sommige landen moeten deze administratieve verrichtingen langs elektronische weg worden afgehandeld, terwijl ondernemingen in andere lidstaten hun aangifte (bijvoorbeeld btw of sociale premies) op papier mogen blijven indienen. Zelfs wanneer indiening langs elektronische weg verplicht is, kunnen sommige bedrijven in statistische enquêtes melden dat zij geen verklaringen langs elektronische weg indienen, aangezien het mogelijk is dat de verklaringen worden ingediend door een derde partij (als onderdeel van een uitbestede taak).

Context

Breedbandtechnologieën worden als belangrijk gezien bij het meten van de toegang tot en het gebruik van internet, omdat zij gebruikers de mogelijkheid bieden om snel grote hoeveelheden data over te dragen en de toegangslijnen open te houden. De acceptatie van breedband wordt beschouwd als een belangrijke indicator op het gebied van ICT-beleidsvorming. Brede toegang tot internet via breedband wordt van essentieel belang geacht voor de ontwikkeling van geavanceerde internetdiensten, zoals e-business, e-overheid of e-learning. Digitale abonneelijnen (DSL) zijn nog steeds de belangrijkste vorm van levering van breedbandtechnologie, hoewel alternatieven, zoals het gebruik van kabel, satelliet, glasvezel en draadloze aansluitnetten, steeds vaker worden gebruikt.

Tot 2010 was het EU-beleidskader voor ICT het initiatief i2010 getiteld ""Een Europese informatiemaatschappij voor groei en werkgelegenheid" (COM(2005) 229 def.), dat als doel had de gehele economie van de EU efficiënter te maken door meer gebruik te maken van ICT. Na een tussentijdse evaluatie werd in april 2008 een geactualiseerde i2010-strategie gepresenteerd, waarin de belangrijkste uitdagingen voor de periode 2008-2010 werden aangepakt.

In mei 2010 heeft de Europese Commissie een mededeling betreffende "Een digitale agenda voor Europa" (COM(2010) 245) goedgekeurd, een strategie voor een bloeiende digitale economie tegen 2020. De digitale agenda voor Europa is een van de zeven vlaggenschipinitiatieven in het kader van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei. Hierin worden beleid en acties uiteengezet om de voordelen van het digitale tijdperk in alle geledingen van de maatschappij en de economie te maximaliseren. De agenda is toegespitst op zeven prioritaire actiegebieden: verwezenlijking van een digitale interne markt, vergroting van de interoperabiliteit, versterking van het vertrouwen in en de beveiliging van internet, opvoering van de snelheid van de toegang tot internet, verhoging van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling, verbetering van digitale geletterdheid en inclusie, en het gebruik van ICT om maatschappelijke problemen als klimaatverandering en vergrijzing aan te pakken.

Meer informatie van Eurostat

Publicaties

Hoofdtabellen

Statistieken over de informatiemaatschappij
Beleidsindicatoren (t_isoc_pi)
Telecommunicatiediensten (t_isoc_tc)
Computers en internet in huishoudens en ondernemingen (t_isoc_ci)
e-Vaardigheden van personen en ICT-vaardigheid in ondernemingen (t_isoc_sk)

Databank

Statistieken over de informatiemaatschappij
Beleidsindicatoren (isoc_pi)
Telecommunicatiediensten (isoc_tc)
Computers en internet in huishoudens en ondernemingen (isoc_ci)
Elektronische handel door particulieren en ondernemingen (isoc_ec)
e-Vaardigheden van personen en ICT-vaardigheid in ondernemingen (isoc_sk)
Regionale statistieken over de informatiemaatschappij (isoc_reg)

Speciale sectie

Methodologie / Metadata

Brongegevens voor tabellen en figuren (MS Excel)

Externe links

Zie ook

Weergaven