Create a book

Statistieken over migratie en migrantenbevolking

Uit Statistics Explained

Gegevens van december 2012. Meest recente gegevens: Meer informatie van Eurostat, Hoofdtabellen en Databank. De versie in het Engels is recenter.
Tabel 1: Immigratie naar voornaamste nationaliteitengroep, 2010 (1) – Bron: Eurostat (migr_imm1ctz)
Figuur 1: Immigranten, 2010 (1Statistieken over migratie en de migrantenpopulatie=(per 1 000 inwoners) – Bron: Eurostat (migr_imm1ctz) en (migr_pop1ctz)
Figuur 2: Aandeel van immigranten naar nationaliteitengroep, EU-27, 2010
(%) - Bron: Eurostat (migr_imm1ctz)
Figuur 3: Aandeel van onderdanen en buitenlanders in de immigrantenpopulatie, 2010 (1)
(%) - Bron: Eurostat (migr_imm1ctz)
Tabel 2: Totale bevolking en ingezetenen naar nationaliteitengroep, 2011 – Bron: Eurostat (migr_pop1ctz)
Figuur 4: Aandeel van buitenlanders in het totaal aantal ingezetenen, 2011 (1)
(%) - Bron: Eurostat (migr_pop1ctz)
Figuur 5: Staatsburgers van niet-lidstaten die in de EU-27 woonachtig zijn, naar continent van herkomst, 2011 (1)
(%) - Bron: Eurostat (migr_pop1ctz)
Figuur 6: Niet-EU-staatsburgers naar HDI-niveau
(HDI=Human Development Index), 2011 (1)
(%) - Bron: Eurostat (migr_pop1ctz) en Verenigde Naties, Human development report, 2011
Figuur 7: Voornaamste landen van herkomst van buitenlanders, EU-27, 2011 (1)
(miljoen) - Bron: Eurostat (migr_pop1ctz)
Figuur 8: Leeftijdsopbouw van de populaties onderdanen en buitenlanders, 2011 (1)
(%) - Bron: Eurostat (migr_pop2ctz)
Figuur 9: Aantal personen dat de nationaliteit van een EU-lidstaat heeft verworven, 2000-2010
(1 000) - Bron: Eurostat (migr_acq)
Tabel 3: Aantal personen dat de nationaliteit van het rapporterende land heeft verworven, 2000-2010
(1 000) - Bron: Eurostat (migr_acq)
Figuur 10: Naturalisatiecijfer - aantal personen dat de nationaliteit van een EU-lidstaat heeft verworven, 2010 (1)
(per 100 buitenlanders) - Bron: Eurostat (migr_acq) en (migr_pop1ctz)

Dit artikel gaat over de statistieken van de Europese Unie (EU) op het gebied van internationale migratie, nationale en buitenlandse (niet-nationale) bevolkingsbestanden en naturalisatie. Migratie wordt beïnvloed door een combinatie van economische, politieke en sociale factoren, hetzij in het land van oorsprong van de migrant (pushfactoren), hetzij in het land van bestemming (pullfactoren); vermoedelijk hebben de relatieve economische welvaart en politieke stabiliteit van de EU vanouds een grote aantrekkingskracht op immigranten uitgeoefend.

In de landen van bestemming wordt internationale migratie soms gebruikt om specifieke tekorten op de arbeidsmarkt op te vangen. Niettemin is het bijna zeker dat migratie alleen niet voldoende is om een halt toe te roepen aan de toenemende vergrijzing in vele delen van de EU.

Belangrijkste statistische resultaten

Migratiestromen

In 2010 zijn circa 3,1 miljoen mensen in een van de lidstaten van de EU geïmmigreerd (zie Tabel 1), terwijl ten minste 2,0 miljoen mensen uit een EU-lidstaat zijn geëmigreerd. Uit de meest recente cijfers blijkt dat de immigratie in 2010 ten opzichte van 2009 licht is gestegen. Deze cijfers geven niet de migratiestromen naar en uit de EU als geheel weer, omdat ook de stromen tussen EU-lidstaten onderling zijn inbegrepen.

Het Verenigd Koninkrijk registreerde het grootste aantal immigranten (591 000) in 2010, gevolgd door Spanje (465 200), Italië (458 900) en Duitsland (404 100); deze vier lidstaten waren samen goed voor 61,9 % van alle immigranten in de EU.

Ook wat de emigranten betreft, scoorde Spanje in 2010 het hoogst (403 000), gevolgd door het Verenigd Koninkrijk met 339 400 en Duitsland met 252 500 emigranten. In de meeste EU-lidstaten was de immigratie in 2010 groter dan de emigratie, maar in Ierland, Griekenland, Tsjechië, Slovenië en de drie Baltische lidstaten was de situatie omgekeerd.

In verhouding tot het aantal inwoners (zie Figuur 1) telde Luxemburg in 2010 het grootste aantal immigranten (33 immigranten per 1 000 inwoners), gevolgd door Cyprus (24) en Malta (20). De immigratie was ook relatief groot in de EVA-landen, aangezien alle vier van deze gerapporteerde waarden ten minste twee keer zo hoog waren als het gemiddelde van de EU-27 (6,2 immigranten per 1 000 inwoners), waarbij het hoogste percentage in Zwitserland werd opgetekend (21 immigranten per 1 000 inwoners).

Van de EU-lidstaten hadden Litouwen (26 emigranten per 1 000 inwoners) en Luxemburg (18 emigranten per 1 000 inwoners) in 2010 het hoogste emigratiepercentage.

De hierboven gepresenteerde cijfers omvatten alle migratiestromen – met andere woorden, personen die na emigratie naar hun eigen land terugkeren en in het buitenland geboren onderdanen die nog niet eerder in het land hebben gewoond, en buitenlanders (personen die geen staatsburger van het land van bestemming zijn) uit andere lidstaten en van verder weg (derde landen). Een uitsplitsing van de totale immigratie in de 27 lidstaten van de EU in 2010 laat zien dat 21 % van de immigranten onderdanen waren (zie Figuur 2), 31 % staatsburger van een andere EU-lidstaat was, en bijna de helft (48 %) van alle immigranten uit onderdanen van derde landen (staatsburgers van derde landen) bestond.

Staatsburgers van derde landen kunnen worden onderverdeeld naar ontwikkelingsniveau van het land van nationaliteit. Daartoe wordt gebruikgemaakt van de index van menselijke ontwikkeling (Human Development Index - HDI) van de Verenigde Naties (VN) die in het kader van het van de VN wordt berekend. Volgens deze analyse kwam het grootste deel (28nbsp;% van alle immigranten in de EU) uit landen met een gemiddelde HDI en 14 % van het totale aantal landen met een hoge HDI. Daarentegen waren landen met een lage HDI (4 %) kandidaat-lidstaten (2 %) of EVA-landen (1 %) in 2010 goed voor een relatief klein aandeel in de totale immigratie in de EU.

Het aandeel van onderdanen die naar hun eigen land terugkeren in het totale aantal immigranten was in 2010 het grootst in Litouwen (80 % van alle immigranten), Portugal (72 %), Estland (57 %) en Griekenland (54 %); dit waren de enige EU-lidstaten waar onderdanen die naar hun eigen land terugkeren de meerderheid van het totale aantal immigranten uitmaakten. Luxemburg, Spanje, Italië, Slowakije, Hongarije (2009) en Cyprus registreerden daarentegen een relatief klein percentage: onderdanen die naar hun eigen land terugkeerden, waren goed voor minder dan 10 % van de immigranten nbsp; in 2010.

Wat de verhouding tussen mannen en vrouwen betreft, zijn in de EU als geheel in 2010 iets meer mannen dan vrouwen geïmmigreerd (52 % tegenover 48 %). De landen die het hoogste aandeel van mannelijke immigranten registreerden, waren Slowakije en Slovenië (64 %); Cyprus had het hoogste percentage vrouwelijke immigranten (57 %).

Aantal buitenlanders

Op 1 januari 2011 woonden er in totaal 33,3 miljoen buitenlanders (personen die geen staatsburger zijn van het land waar zij wonen) in de lidstaten van de EU. Dat komt overeen met 6,6 % van het totaal aantal inwoners van de EU-27 (zie Tabel 2). Meer dan een derde (12,8 miljoen mensen) van de buitenlanders die op 1 januari 2011 in de EU-27 woonden, waren staatsburger van een andere EU-lidstaat.

In absolute cijfers telde Duitsland van alle EU-landen de meeste buitenlanders (7,2 miljoen op 1 januari 2011), gevolgd door Spanje (5,6 miljoen), Italië (4,6 miljoen), het Verenigd Koninkrijk (4,5 miljoen) en Frankrijk (3,8 miljoen). Van het totale aantal buitenlanders in de EU-27 woonde 77,3 % in deze vijf lidstaten, terwijl 62,9 % van het totaal aantal inwoners van de EU in die lidstaten woonde. Relatief gezien was Luxemburg de EU-lidstaat met de meeste buitenlanders: begin 2011 kwam 43,1% van de totale bevolking uit het buitenland. Verreweg de meeste buitenlanders in Luxemburg (86,3 %) kwamen uit andere EU-lidstaten. Ook Cyprus, Letland, Estland, Spanje, Oostenrijk hadden op 1 januari 2011 een hoog percentage buitenlanders (10 % of meer van het totaal aantal inwoners).

In de meeste EU-lidstaten komt de meerderheid van de buitenlanders van buiten de EU (uit derde landen). Begin 2011 waren de meeste buitenlanders die in Luxemburg, Ierland, België, Slowakije, Cyprus en Hongarije woonden, staatsburger van een andere EU-lidstaat. In Letland en Estland is het percentage buitenlanders uit derde landen zeer groot als gevolg van het grote aantal erkende niet-staatsburgers; hierbij gaat het voornamelijk om burgers van de voormalige Sovjet-Unie die permanent in deze landen wonen, maar die niet het Letse/Estse of een ander staatsburgerschap hebben verkregen.

Als we kijken naar de verdeling naar het continent van herkomst van staatsburgers van derde landen die in de EU wonen, zien we dat het grootste gedeelte (37,2 %) staatsburgers van een Europees land buiten de EU-27 waren – zie Figuur 5. Begin 2011 woonden in totaal 7,6 miljoen staatsburgers uit Europese landen buiten de EU-27 in de EU; van deze groep kwam meer dan de helft uit Turkije, Albanië of Oekraïne. De op een na grootste groep kwam uit Afrika (24,9 %), gevolgd door Azië (21,3 %), het Amerikaanse continent (15,8 %) en Oceanië (0,8 %). Meer dan de helft van de Afrikaanse staatsburgers in de EU kwam uit Noord-Afrika, vooral uit Marokko en Algerije. Veel Aziatische staatsburgers in de EU waren afkomstig uit Zuid- of Oost-Azië, met name uit India en China. Van de in de EU wonende buitenlanders van het Amerikaanse continent waren de meeste staatsburger van Ecuador, de Verenigde Staten of Brazilië.

Van de onderdanen van derde landen die in 2011 in de EU-27 woonden, was ongeveer 44,8 %% staatsburger van een land met een hoge HDI (waarbij Turkije, Albanië en Rusland bijna de helft van deze groep voor hun rekening namen), terwijl een iets hoger percentage (47,6 %) afkomstig was uit een land met een middelhoge HDI (waarbij Marokko goed was voor een vijfde van deze groep, gevolgd door China en Oekraïne). De resterende 7,6 % kwam uit landen met een lage HDI (30 % van deze groep was Nigeriaans of Iraaks staatsburger).

De nationaliteitenopbouw bij de in de EU wonende buitenlanders varieert aanzienlijk per lidstaat; arbeidsmigratie, historische banden tussen het land van herkomst en het land van bestemming en het bestaan van gevestigde netwerken in het land van bestemming spelen hierbij een rol. Roemenen (die in een andere lidstaat van de EU wonen) en Turkse staatsburgers vormden in 2011 de grootste groepen buitenlanders die in de EU woonden (zie Figuur 7). Er waren 2,3 miljoen burgers uit elk van deze landen, die elk goed waren voor 7,0 % van alle niet-onderdanen die in 2011 in de EU woonden. De op twee na grootste groep waren Marokkanen (1,9 miljoen mensen ofwel 5,7 % van alle buitenlanders). Van de in de EU wonende buitenlanders zijn is de groep Roemenen tussen 2001 en 2011 het hardst gegroeid: hun aantal is bijna verachtvoudigd, van 0,3 miljoen in 2001 tot 2,3 miljoen in 2011. Ook het aantal Polen en Chinezen is in deze periode aanzienlijk toegenomen; zij behoorden in 2011 tot de top tien van buitenlandse groepen in de EU.

Bij een analyse van de leeftijdsopbouw van de gehele bevolking van de EU-27 blijkt dat de buitenlanders gemiddeld jonger zijn dan de eigen onderdanen. Uit een verdeling van buitenlanders naar leeftijd blijkt dat er ten opzichte van eigen onderdanen een groter aandeel van relatief jonge (tussen 20 en 46 jaar) volwassenen in de werkende leeftijd is (zie Figuur 8). In 2011 bedroeg de mediane leeftijd van de totale bevolking van de EU-27 41,2 jaar, terwijl die van buitenlanders in de EU 34,7 jaar was.

Naturalisatie

In 2010 hebben 810 500 personen het staatsburgerschap van een EU-lidstaat verworven; dit was 4,4 % meer dan in 2009 (zie Figuur 9). Deze laatste cijfers geven het grootste aantal mensen weer dat de nationaliteit van een EU-lidstaat heeft verworven sinds in 1998 met deze tijdreeksen is begonnen, en het is de eerste keer dat het totale aantal boven de 0,8 miljoen euro uit is gekomen.

Het Verenigd Koninkrijk had in 2010 het hoogste aantal personen die genaturaliseerd zijn, namelijk 194 800 (ofwel 24,0 % van het totaal voor de EU-27). De landen met de daarop volgende hoogste naturalisatiecijfers zijn Frankrijk (143 300), Spanje (123 700) en Duitsland (104 600); geen van de overige lidstaten verleende in 2010 de nationaliteit aan meer dan 100 000 mensen.

In absolute cijfers vond de grootste toename plaats in Spanje (in 2011 hebben 44 000 meer mensen de Spaanse nationaliteit gekregen dan in 2009), gevolgd door Duitsland (8 500), Frankrijk (7 400) en Italië (6 600). Daarmee steeg het aantal personen dat de Spaanse nationaliteit kreeg tussen 2009 en 2010 met 55,4 %. De daarop volgende procentuele stijgingen werden geregistreerd voor Ierland (40,9 % meer mensen kregen in 2010 de nationaliteit) en Finland (27,0 %).

Het naturalisatiecijfer, d.w.z. de verhouding tussen het totale aantal naturalisaties en het aantal buitenlandse inwoners in een land aan het begin van het jaar, is een veelgebruikte indicator om het effect van het nationale naturalisatiebeleid te meten (zie Figuur 10). Polen was in 2009 het land met het hoogste naturalisatiecijfer van de EU-27 (6,4 naturalisaties per 100 buitenlandse inwoners), gevolgd door Zweden (5,5) en Malta (5,2), terwijl Portugal, het Verenigd Koninkrijk en Nederland allemaal tussen de 4 en 5 naturalisaties per 100 buitenlandse inwoners rapporteerden.

Ongeveer 90 % van de personen die in 2010 het staatsburgerschap van een EU-lidstaat verwierven, waren staatsburger van een derde land; dat gold voor bijna alle lidstaten. In Luxemburg en Hongarije ging het bij de naturalisaties echter voornamelijk om personen uit andere lidstaten van de EU. In Luxemburg werden de meeste naturalisaties verleend aan Portugezen (bijna de helft van de naturalisaties van staatsburgers uit de EU), terwijl het in Hongarije bijna uitsluitend om Roemenen ging.

Zoals in de jaren daarvoor ging het ook in 2010 bij de meeste nieuwe EU-staatsburgers om Marokkanen (67 700, oftewel 8,3% van alle naturalisaties) en Turken (49 900 of 6,2%). In vergelijking met 2009 is het aantal Marokkanen dat het staatsburgerschap van een EU-lidstaat verwierf met 12,2 % gestegen, terwijl het aantal naturalisaties van Turkse staatsburgers met 3,7 % daalde. De meeste Marokkanen werden Frans (41,3 %), Italiaans (17,0 %) of Spaans staatsburger (16,0 %), terwijl de meeste Turken de Duitse (52,5 %) of Franse (16,9 %) nationaliteit verwierven.

Gegevensbronnen en -beschikbaarheid

Eurostat produceert statistieken over uiteenlopende aspecten in verband met internationale migratiestromen, buitenlandse bevolkingsbestanden en naturalisaties. De gegevens worden op jaarbasis verzameld en door de nationale bureaus voor de statistiek van de EU-lidstaten naar Eurostat gestuurd.

De verzameling van gegevens is sinds 2008 gebaseerd op Verordening (EG) nr. 862/2007. Deze verordening stelt een reeks basisstatistieken vast met betrekking tot internationale migratiestromen, buitenlandse bevolkingsbestanden, de verwerving van staatsburgerschap, verblijfsvergunningen, asiel en maatregelen tegen illegale binnenkomst en illegaal verblijf. Hoewel de EU-lidstaten alle geschikte gegevens volgens de beschikbaarheid en praktijk in hun land mogen blijven gebruiken, moeten de in het kader van de verordening verzamelde statistieken op gemeenschappelijke definities en begrippen gebaseerd zijn. De meeste lidstaten van de EU baseren hun statistieken op administratieve gegevensbronnen, zoals bevolkingsregisters, registers inzake buitenlanders, registers van werk- en verblijfsvergunningen. Sommige landen stellen hun migratiestatistieken op aan de hand van steekproefenquêtes of schattingsmethoden. De gegevens over de verwerving van staatsburgerschap worden gewoonlijk uit administratieve bronnen verkregen. De uitvoering van de verordening zal naar verwachting leiden tot een betere beschikbaarheid en vergelijkbaarheid van de statistieken over migratie en staatsburgerschap.

Vroeger werden statistieken over de migratiestromen, de buitenlandse bevolking en de verwerving van staatsburgerschap op vrijwillige basis naar Eurostat gestuurd, in het kader van de gezamenlijke gegevensverzameling door Eurostat en een aantal internationale organisaties, bijvoorbeeld de Afdeling statistiek van de Verenigde Naties (UNSD), de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (VN-ECE) en de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). De recente wijzigingen in de methoden, definities en gegevensbronnen voor de opstelling van statistieken over migratie en staatsburgerschap kunnen voor sommige EU-lidstaten betekenen dat hun respectieve gegevensreeksen in de tijd niet goed op elkaar aansluiten.

Emigratie is bijzonder moeilijk te meten: personen die een land verlaten zijn minder makkelijk te tellen dan degenen die een land binnenkomen. Een analyse die de immigratie- en de emigratiecijfers van de EU-lidstaten voor 2008 met elkaar vergeleek (spiegelstatistieken), heeft bevestigd dat dit voor een groot aantal landen opgaat. Daarom ligt in dit artikel het accent op immigratie.

Context

Bij het migratiebeleid in de EU wordt steeds meer getracht immigranten met een bepaald profiel aan te trekken, vaak om specifieke tekorten aan vaardigheden op te vangen. Immigranten kunnen worden geselecteerd op basis van talenkennis, beroepservaring, opleiding of leeftijd. Een andere mogelijkheid is dat de werkgever kiest, zodat immigranten bij aankomst meteen al een baan hebben.

Afgezien van maatregelen om de aanstelling van arbeidskrachten te stimuleren, is het immigratiebeleid vaak op twee doelen gericht: de voorkoming van illegale migratie en illegale arbeid door migranten zonder werkvergunning, en de bevordering van de inburgering van immigranten. In de EU zijn al aanzienlijke middelen ingezet om mensensmokkel en mensenhandel te bestrijden.

Hieronder volgt een greep uit de belangrijkste wetgeving op het gebied van immigratie:

Binnen de Europese Commissie is het directoraat-generaal Binnenlandse zaken verantwoordelijk voor het immigratiebeleid. In 2005 heeft de Europese Commissie het debat over de behoefte aan een gemeenschappelijk stel regels voor de toelating van economische migranten nieuw leven ingeblazen. Daartoe publiceerde zij een Groenboek over het beheer van de economische migratie: een EU-aanpak (COM(2004) 811 definitief), dat eind 2005 heeft geleid tot de goedkeuring van een beleidsplan legale migratie (COM(2005) 669 definitief). In juli 2006 keurde de Europese Commissie een mededeling inzake de beleidsprioriteiten bij de bestrijding van illegale immigratie van onderdanen van derde landen (COM(2006) 402 definitief) goed, die erop gericht is in alle fasen van de illegale immigratie een afweging te maken tussen de veiligheid en de grondrechten van de betrokkene. In september 2007 heeft de Europese Commissie haar derde jaarverslag over migratie en integratie (COM(2007) 512 definitief) gepresenteerd. In oktober 2008 heeft de Europese Commissie er in een mededeling op gewezen dat versterking van de totaalaanpak van migratie met het oog op een betere coördinatie, coherentie en synergie (COM(2008) 611 definitief) een belangrijk aspect van het buitenlands en ontwikkelingsbeleid moet zijn. Het programma van Stockholm, dat in december 2009 door de staatshoofden en regeringsleiders van de EU werd goedgekeurd, voorziet in een kader met een aantal beginselen voor de verdere ontwikkeling van het Europese beleid op het gebied van justitie en binnenlandse zaken voor de periode 2010 – 2014; vraagstukken in verband met de migratie zijn een centraal onderdeel van dit programma. Om de afgesproken veranderingen voor elkaar te krijgen, heeft de Europese Commissie in 2010 een actieplan ter uitvoering van het programma van Stockholm voor een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht voor de burgers van Europa (COM(2010) 171 definitief) vastgesteld. Dit actieplan bevat een aantal prioritaire gebieden met maatregelen voor:

  • evaluatie van beleid en mechanismen op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid;
  • opleiding van juristen en veiligheidsfunctionarissen en van justitiële en rechtshandhavingsinstanties;
  • bewustmakingsactiviteiten;
  • dialoog met het maatschappelijk middenveld;
  • nieuwe financiële programma's.

Zie ook

Meer informatie van Eurostat

Publicaties

Hoofdtabellen

International Migration and Asylum (t_migr)
Acquisition of citizenship
Immigration (tps00176)
Emigration (tps00177)
Population by citizenship - Foreigners (tps00157)
Population by country of birth - Foreign-born (tps00178)

Databank

Demography (pop)
International Migration and Asylum (migr)
International migration flows (migr_flow)
Immigration (migr_immi)
Immigration by sex, age group and citizenship (migr_imm1ctz)
Immigration by sex, age and broad group of citizenship (migr_imm2ctz)
Immigration by sex, age group and country of birth (migr_imm3ctb)
Immigration by sex, age and broad group of country of birth (migr_imm4ctb)
Immigration by sex, age group and country of previous residence (migr_imm5prv)
Immigration by sex, citizenship and broad group of country of birth (migr_imm6ctz)
Immigration by sex, country of birth and broad group of citizenship (migr_imm7ctb)
Emigration (migr_emi)
Emigration by sex and age (migr_emi2)
Emigration by sex, age group and citizenship (migr_emi1ctz)
Emigration by sex, age group and country of birth (migr_emi4ctb)
Emigration by sex, age group and country of next usual residence (migr_emi3nxt)
Population by citizenship and by country of birth (migr_stock)
Population by sex, age group and citizenship (migr_pop1ctz)
Population by sex, age and broad group of citizenship (migr_pop2ctz)
Population by sex, age group and country of birth (migr_pop3ctb)
Population by sex, age and broad group of country of birth (migr_pop4ctb)
Population by sex, citizenship and broad group of country of birth (migr_pop5ctz)
Population by sex, country of birth and broad group of citizenship (migr_pop6ctb)
Acquisition and loss of citizenship (migr_acqn)
Acquisition of citizenship by sex, age group and former citizenship (migr_acq)
Loss of citizenship by sex and new citizenship (migr_lct)

Speciale sectie

Methodologie/Metadata

Brongegevens voor de tabellen en figuren (MS Excel)

Externe links

Weergaven